Cupido 8, 1931, West-Terschelling, Brandarisplein, coll. T.D. Cupido


* onderstaande afbeeldingen zijn vrij voor privégebruik. Voor ander gebruik neem contact op.Cupido 8: Ford-Hainje:

Nadat de allereerste T-Ford afgevoerd en vervangen was door GMC1, werd al snel duidelijk dat de andere T-Ford’s ook hun einde naderden. Ook zij dienden vervangen te worden door autobussen van een modernere uitvoering.
Zo kwam er in 1931 een nieuwe bus bij Autodienst Cupido in dienst: een Ford met een opbouw van Hainje, sterk gelijkend op de carrosserie van GMC 1. Deze bus kreeg toen het wagenparknummer 8, zoals te zien is op een aantal foto’s.
Ook dit werd binnen het bedrijf een populaire bus en was dikwijls langs de weg te zien. Hij was uitgevoerd voor vervoer van 17 personen.
De Ford kwam op de weg met provinciaal nummer G-89143, wat in 1942 door B-27185 werd vervangen, omdat Terschelling toen ging ressorteren onder de provincie Friesland.
 
Samen met de GMC deed deze bus dienst tot eind 1944, toen beide bussen door de bezetter werden gevorderd. Omdat Cupido in de oorlog verplicht werd arbeiders voor de bezetter te vervoeren i.v.m. bunkerbouw aan de kust, kreeg het bedrijf langer dan ander bedrijven brandstof toebedeeld. Pas in het laatst moest men overschakelen op een Imbert houtgasgenerator.
 
Blijkens officiële stukken die door de  toenmalige overheid werden verzameld, was het wagenparknummer rondom het begin van WO-2 gewijzigd in nummer 3. In het Cupido archief zelf zijn daarvan geen stukken gevonden. Wel het bewijs dat de bezetter 3800 gulden voor de bus zou betalen, hetgeen, net als bij de GMC, nooit is uitbetaald. De correspondentie die naar WO-2 is gevoerd om dat bedrag alsnog te innen, is bijgevoegd.
 
Rondom de vordering in 1944 zijn zeer onlangs nog aanvullingen uit de vergetelheid boven water gekomen:
De GMC en de Ford werden in september 1944 richting Bennebroek gezonden. Naar nu blijkt was dat samen met een aantal vrachtwagens van het eiland, die naar Castricum moesten. In totaal bestond het gezelschap uit 4 chauffeurs en een Duitse onderofficier.
Na aankomst in Castricum gingen de vrachtwagenchauffeurs met de bussen mee.
In Bennebroek aangekomen kreeg de onderofficier het voor elkaar dat de GMC mee terug kon. Hij regelde zelfs benzine en een goede accu.
De route terug naar Terschelling voerde via de Betuwe en daar is de bus vol fruit geladen. Gearriveerd in Harlingen mocht de bus eerst niet mee naar het eiland, maar de onderofficier was kreeg het wederom voor elkaar dat de bus alsnog naar Terschelling mocht. Onderweg werd het fruit verdeeld onder de passagiers en hun beschermengel.
Tijdens de hele reis was er constant gevaar van vliegtuigen en beschietingen.
Het verder relaas hoort bij de al behandelde GMC; de Ford was en bleef in Bennebroek en is vervolgens uit de geschiedenis verdwenen.

* onderstaande afbeeldingen zijn vrij voor privégebruik. Voor ander gebruik neem contact op.